Gehooronderzoek
Het gehooronderzoek bestaat uit een drietal onderdelen.
Het toonaudiogram
Bij toonaudiometrie krijgt u via een hoofdtelefoon verschillende tonen te horen waarvan de sterkte varieert. U moet aangeven wat u nog net hoort.
Het spraakaudiogram
Bij het afnemen van het spraakaudiogram moet u verschillende woorden nazeggen. De woorden zijn eerst luid en worden later zachter. Zo wordt bepaald hoeveel procent van de spraakklanken u verstaat.
Impedantiemetrie
Bij dit onderzoek krijgt u een dopje in de gehoorgang. U hoort een zachte zoemtoon. Dit geluid weerkaatst tegen het trommelvlies. Hieruit wordt informatie verkregen over de beweeglijkheid van het trommelvlies en de gehoorbeentjes.
Het gehooronderzoek duurt ongeveer 45 minuten.
Met de audiometer kan de gehoorscherpte nauwkeurig in kaart worden gebracht.



